Arrest gerechtshof Amsterdam, 15 June 2014

Hofmodel, herinvestering batig saldo 

Op 10 juni 2014 heeft het gerechtshof Amsterdam arrest gewezen (uitspraak niet gepubliceerd, zaaknummer 200.104.109/01) waarin de vraag aan de orde was of met winsten uit eerdere Dexia-overeenkomsten (een batig saldo) rekening dient te worden gehouden bij de toepassing van het Hofmodel. In deze procedure was sprake van twee Dexia-overeenkomsten die met een positief resultaat zijn geëindigd. Dit positieve resultaat is vervolgens door de klant geherinvesteerd in een nieuwe Dexia-overeenkomst. Nu de laatste overeenkomst met een restschuld is geëindigd, heeft de klant zich op het standpunt gesteld dat hij geen werkelijk voordeel heeft genoten, zodat het batig saldo van de eerdere overeenkomsten buiten beschouwing gehouden dient te worden.

Dit standpunt wordt niet gevolgd door het hof. Het hof overweegt hierover:

"De 'herinvestering' van genoemde baten in overeenkomst I ziet op de besteding van het batig saldo van de twee eerdere overeenkomsten. Dat de batig saldi zijn besteed aan een leaseovereenkomst die, naar achteraf is gebleken verliesgevend was, betekent niet dat [klant] de batig saldi niet heeft genoten."

Het hof overweegt dus dat de klant wel degelijk een positief resultaat heeft ontvangen op de eerdere overeenkomsten. Dat de klant er vervolgens zelf voor heeft  gekozen om het positieve resultaat te beleggen in een nieuwe overeenkomst betekent niet dat het batig saldo niet meegenomen dient te  worden bij de berekening van de geleden schade. De schade die is ontstaan uit de latere overeenkomst, dient volgens het Hofmodel verminderd te worden met eerder behaalde netto winsten uit Dexia-overeenkomsten.